Bel ons en leg uw vraag voor: 070 - 212 1904

Spoedcursus Politiek # 49: Veranderende politiek debat in Nederland

Opinie artikel over de Algemene Beschouwingen 2011

‘Politiek spektakel levert niets op’

Onderstaand artikel verscheen 15 en 16 september 2011 in de GPD dagbladen.

Het politiek debat in Nederland is aan het veranderen. Harde confrontaties zijn aan de orde van de dag en ook dit seizoen zal weer tal van kleine politieke wervelstormen opleveren. Het is de vraag hoe lang Nederlanders hier nog voor openstaan. Politici zouden er goed aan doen om meer oog te hebben voor het maatschappelijk resultaat van een politiek debat.

De Algemene Beschouwingen staan voor de deur en worden door velen gezien als het hoogtepunt van het politieke seizoen. We zullen stevige confrontaties zien tussen de fractievoorzitters en de oppositie zal er op uit zijn om het de regering knap lastig te maken. Maar menig kijker zal zich deze twee dagen afvragen of een goede en eerlijke politieke overeenkomst nog wel telt. Want politiek wordt anno 2011 gevoerd op het scherpst van de snede of, zoals Obama het eens formuleerde: politiek wordt bedreven met het mes op de keel.

In de politiek is het debat een manier van werken om te komen tot besluiten. In die zin is het debat bedoeld om argumenten te wegen, standpunten te toetsen op draagvlak en te komen tot een optimaal besluit voor ons land. Polarisatie is daar vanzelfsprekend een onderdeel van (en vormt het bestaansrecht van politieke partijen), maar dient wel het doel om een besluit te nemen dat kan rekenen op draagvlak. De enorme aandacht voor de werkwijze van onze politici maakt dat het uiteindelijke doel van het debat raakt ondergesneeuwd. Het gaat immers niet om de grap van Roemer, de metaforen van Wilders of de amusementswaarde van een driftige Pechtold, maar het is de uiteindelijke besluitvorming die telt: wat gebeurt er, met welke middelen en waarom?

Het gebruik van krachtige retoriek of het maken van theater lijkt voor sommige parlementsleden inderdaad het synoniem te zijn voor het voeren van een goed debat. Daarbij is het taalgebruik soms zonder meer niet bevorderlijk voor het gezag van het instituut. Vaak wordt dan met de vinger naar Wilders gewezen als het gaat om de harde toon van het debat. Dit is naar mijn mening slechts een halve waarheid. Natuurlijk speelt Wilders hierin zijn eigen rol, maar er zijn veel meer Kamerleden die  te pas en te onpas de retorische trukendoos openen zonder (of nauwelijks) – en dat maakt het kwalijk – inhoudelijke duidelijkheid over het onderwerp te verschaffen.  

Maar kunnen debatten anno 2011 nog op een andere manier worden gevoerd? Televisie debatten zijn opgezet als een show die de televisiekijker moet bekoren en meer dan ooit verdwijnt de inhoud naar de achtergrond. Een succesvol Kamerlid is tegenwoordig iemand die formuleert in oneliners, zendtijd opeist en stevige confrontaties opzoekt. Want wie herkozen wil worden moet op zijn minst ergens zijn opgevallen. 

Deze verharding in de politieke cultuur is naar mijn mening op de lange termijn schadelijk voor het politieke klimaat in Nederland. In de eerste plaats zie ik de effecten op middelbare scholen. De generatie scholieren die nu opgroeit krijgt dag in dag uit het voorbeeld te zien dat een hard debat leidt tot een resultaat en dat scherpe taal loont. Maar een sterk parlement heeft het helemaal niet nodig om buitenproportioneel tegen elkaar tekeer te gaan. Integendeel: een parlement dat volgens de regels debatteert, dat doet met het doel om Nederland een stap verder te brengen en waar de weging van argumenten bóven persoonlijke twisten gaat zal zichzelf omhoog trekken. Dan zal politiek weer meer gezien worden als een missie, een vak dat gezag geniet en waarbij Kamerleden gerespecteerd worden.

In de tweede plaats komt het vertrouwen van de burger in Kamerleden onder druk te staan. Een essentiële vraag bij elke menselijke handeling is de vertrouwensvraag: Vertrouwt de kapitaalmarkt de staat, vertrouwt de minister zijn ambtenaren en vertrouwt u de makelaar die u in de arm hebt genomen. Maar vertrouwen wij, als Nederlandse kiezers, erop dat onze volksvertegenwoordigers hun besluiten nemen op basis van juiste informatie, een degelijke analyse en een zorgvuldige weging van argumenten? Natuurlijk zijn parlementariërs daar op uit, maar we zien het te weinig. Het botsen van ideologieën en partijpolitieke visies is een manier om tot besluiten te komen die Nederland sterker maken, maar lijkt nu enkel een middel te zijn om als sterkste uit de (stem)bus te komen.

Ik ben ervan overtuigd dat Nederland toe is aan een andere benadering van het politieke debat. Hans Wiegel zei dit jaar dat het er vroeger in de politiek ‘stijlvoller’ aan toeging en dit kan niet worden afgedaan als pure nostalgie of melancholie.

Naarmate de nuance uit het debat steeds verder verdwijnt slaan gezonde tegenstellingen om in negatieve krachten die blijven rondwaren. Nederland wordt geen beter land van een debat dat bol staat van grootspraak, spektakel en persoonlijke kift. Fractievoorzitters winnen met de huidige werkwijze misschien voor vier jaar een kiezer, maar verliezen op de lange termijn uiteindelijk de bevolking.

Frits Bloemberg is directeur van Het Debatbureau.

Comments are closed.

Scroll to Top