Bel ons en leg uw vraag voor: 070 - 212 1904

Artikel Binnenlands Bestuur: Alleen raadslid met verhaal scoort punten

Gepubliceerd op 13 september 2013

De start van het politieke seizoen gaat gepaard met berichtgeving over de moeite die politieke partijen hebben om kandidaten voor het raadslidmaatschap te vinden. Niet verrassend, wel zorgwekkend. “Het is lastig mensen te overtuigen van de zin van lokale politiek” zegt bestuurslid Jos Duis van het CDA in het Eindhovens Dagblad. Deze uitspraak benadrukt precies datgene waar partijen mee worstelen: hoe zichtbare resultaten zo goed mogelijk aan de kiezers te tonen. Lokale fracties kunnen op dit vlak nog veel verbeteren en zo de lokale democratie versterken.

Dat lokale politiek veelal als weinig sexy wordt gezien is een gegeven. Volgens een onderzoek van Bas Denters uit 2012 is slechts 7 % van de burgers eventueel bereid om zich kandidaat te stellen tijdens de gemeenteraadsverkiezingen. Dit terwijl het raadslidmaatschap een prachtige manier is om in de eigen gemeente actief bezig te zijn met vraagstukken die een belangrijke invloed hebben op de ontwikkeling van het dorp of de stad. Maar ook een vak dat steeds ingewikkelder wordt en meer vraagt dan vroeger. In de praktijk zie ik bij raadsleden de worsteling. Het raadswerk vraagt inhoudelijke (en liefst ook specifieke) beleidskennis, politieke vaardigheden en het werk is nooit klaar. Daarom heeft een nieuw raadslid tijd nodig om zijn of haar draai te vinden. Maar wie het vak eenmaal beheerst kan in vier jaar redelijk wat bereiken en een stempel drukken op lokale ontwikkelingen. Dit is uiteindelijk hetgeen waar het een raadslid om is te doen: het verschil maken in de eigen gemeente.

Maar hoe kan het dat burgers onvoldoende zien “wat de zin is van de lokale politiek”? In het onderzoek van Denters zegt 40 procent van de ondervraagde burgers geen naam van een raadslid te kunnen noemen. Naar mijn idee maken raadsleden gedurende de zittingstermijn onvoldoende zichtbaar wat de onderscheidende kracht is van hun partij. Wie in de gemeente weet daadwerkelijk welke fracties er op welk onderwerp in slagen om hun stempel op het beleid te drukken? Voor een beperkte groep insiders is het politieke proces inzichtelijk, maar voor veel buitenstaanders niet. Daarbij wordt de aandacht van lokale media steeds beperkter doordat de journalistiek onder druk staat. Politici zullen dus zelf nog meer moeten doen om hún verhaal te vertellen en de zin en de noodzaak van de lokale politiek te duiden. Dit kan eigenlijk alleen door vooral oog te hebben voor de volksvertegenwoordigende kant van het raadswerk.

Dat is allemaal makkelijker gezegd dan gedaan. Toch zijn er veel kansen. Politici kunnen vaker het voortouw nemen in het organiseren van thematische bijeenkomsten over lokale vraagstukken om te laten zien dat de dialoog met de kiezer niet stopt na de campagne. Raadsleden kunnen meer gebruik maken van de (specialistische) kennis van inwoners en die inzetten voor de gemeenschap nu mensen zich steeds minder associëren met één bepaalde partij. De oude organisatievorm van een politieke partij sluit niet goed meer aan bij de samenleving van nu, maar mensen zijn wel te porren om de schouders te zetten onder een doel dat zij belangrijk vinden. Er zouden daarom veel meer werkgroepen met burgers gevormd kunnen worden rondom bepaalde thema’s. Verder is het van groot belang om in al dit soort gevallen de betrokkenen te blijven informeren over wat er met hun bijdrage is gedaan en welke resultaten er zijn bereikt. Door burgers te tonen dat politiek geen black box is zal het begrip en de waardering op de lange termijn toenemen. Want één van de grootste frustraties van veel burgers is het gevoel, terecht of onterecht, dat de politiek onvoldoende doet voor de burger. Dat kan maar op één manier bestreden worden: de noodzaak van de lokale democratie altijd en overal, consequent en onvermoeibaar tonen. En voor raadsleden is het mooie: iedereen kan je toekomstige collega zijn.

Nu de taakomvang van de raad door decentralisatie steeds meer toeneemt ligt de dreiging op de loer dat raadsleden worden opgeslokt door hun bestuurlijke werk. Uit het Nationaal Raadsledenonderzoek 2012 bleek dat raadsleden 29 % van hun tijd besteden aan volksvertegenwoordigende activiteiten, de rest ging op aan vergaderen, het lezen van stukken en andere bestuurlijke activiteiten. Het risico bestaat dat in de toekomst het contact met de samenleving een steeds kleiner onderdeel wordt van het werk. Dat zou bijzonder schadelijk zijn voor de lokale democratie en de legitimiteit steeds verder ondermijnen. En zie dan in de toekomst nog maar iemand te vinden die écht gelooft in de meerwaarde van de lokale democratie.

Natuurlijk realiseer ik me dat er al veel wordt gevraagd van onze volksvertegenwoordigers. Gebrek aan tijd is misschien wel het allergrootste probleem. Maar het geloof in verandering is voor hen de onzichtbare brandstof, en dat geloof mogen de inwoners van de 408 gemeenten in ons land veel vaker zien dan eens in de vier jaar.

Frits Bloemberg is historicus, bestuurskundige en directeur van Het Debatbureau.

Scroll to Top